Door het tweede team van SISSA met
8-2 klop te geven staat het Eerste dan eindelijk op de plek waar het hoort te
staan. De bezoekers uit Groningen traden met een wat verzwakt team aan,
waarschijnlijk door het gelijktijdig gehouden WK jeugd én vanwege het feit dat
iemand ooit besloten heeft een stad te stichten ergens op de Nederlandse
toendra, resulterend in een inhumaan lange reistijd naar de bewoonde wereld. Hoe
het ook zij, het was al snel duidelijk dat de punten in Rotterdam zouden
blijven.
We beginnen voor het gemak maar op
bord 7, waar ondergetekende aantrad tegen de jeugdige Daniel Groetzbach (2096).
Ik deed een wat zielige en mislukte
poging om in de voetsporen van een van de grootste Engelse schakers ooit te
treden. Afgezien van de eerste zet (1…a6) lukte dat bijzonder slecht, al bemachtigde
ik op een gegeven moment een klein voordeeltje, wat redelijk soepel naar winst
werd omgezet, al had de witspeler op het einde nog een aantal kansen gemist om
de boel wat te compliceren na wat zwarte onnauwkeurigheden. Zo, de twintigduizend fans die dit verslag
speciaal lezen om mijn verrichtingen te volgen kunnen stoppen met lezen, want
nu gaan we naar de rest.
Roger liet op bord drie
tegen SISSA’s sterkste speler Erik-Jan
Hummel (2283) zien dat het Chinese gevaar geen
door-de-CIA-de-wereld-ingeholpen-complot is, maar een empirisch vast te stellen
fenomeen. Voor zover ik kon beoordelen had zijn tegenstander weinig kans, wat
Roger op een mooie 3.5/4 bracht, welke nog mooier wordt als men bedenkt dat het
enige halve punt verloren werd tegen Jan Timman.
Op bord zes won Robin “ik ben zo
goed dat ik tijdens de partij in slaap kan vallen en vervolgens zelfs nog win”
Lecomte een regelmatige partij van Arjan Dijkstra (2201). Het schijnt dat God
een beloning van 500 euro uitreikt aan degene die deze arrogantie een keer
afstraft.
Op
de laatste drie borden verging het ons minder goed. Michel speelde op bord 10
remise tegen Eric Jan Walinga (1986), waar het getal tussen de haakjes niet
staat voor de geboortedatum van de desbetreffende persoon. Michel had
ongetwijfeld kunnen (moeten?) winnen, maar zoals hij zelf zei, “als je zo
prutst als ik de laatste tijd dan gaat het op een gegeven moment toch in je kop
zitten”. Ik zou zeggen amen en op naar
de prijs voor beste literaire zin 2017. De
tweede remise kwam van Valery op bord 8 tegen Ab Faber (1979). Valery stond
volgens mij veel beter, en toen de handen werden geschud was ik dan ook in de
veronderstelling dat zwart had opgegeven. Niets bleek minder waar, maar Valery
bewees eens te meer zijn stabiliteit (om even een hopeloze poging te doen om er
een positieve draai aan te geven, want volgens mij had het gewoon achter elkaar
moeten winnen).
Met
al die terroristische dreiging tegenwoordig was het voor onze Groningse
vrienden ongetwijfeld even schrikken toen ze Kambiz op bord 9 zagen aantreden
tegen Casper Rupert (ik mag dit zeggen, omdat Kambiz ook altijd hele nare
grappen over mij maakt, waar ik vervolgens vanwege de wreedheid ervan altijd
nachten van wakker lig). Volgens Kambiz zelf won zijn tegenstander verdiend.
Meer interessants heb ik ook niet te melden, behalve dan dat ik dacht zijn
tegenstander ooit gezien te hebben op TV, tijdens de enige keer dat ik Goede
Tijden Slechte Tijden heb zitten kijken (“ja ja”). Er zijn dus blijkbaar ook
geflopte acteurs die goed kunnen schaken. Weer wat geleerd.
Dan
is het nu tijd voor de prutsers die betaald krijgen maar nóg niet altijd weten
te winnen. Al deden ze dat vandaag
toevallig wel. Steven Geirnaert, altijd zwevend tussen zijn rol als mijn
favoriete Belg en natte droom van vrouwelijk schakend Europa, won op bord vier
van Hendrik de Groot (2116). Die opmerking hiervoor was uiteraard bedoel om de
aandacht af te leiden, want ik kan weinig zinnigs melden over een partij die ik
niet gevolgd heb. Grootmeesterlijk politicus (of politiserende grootmeester?)
Erik van den Doel liet op bord 1 zien wat je staat te gebeuren als je het waagt
te spotten met dieren: keiharde afstraffing. Paul ten Vergert (2221) kan erover
meepraten, al weet ik niet of hij ooit dieren mishandeld heeft. Maar voor
degenen die dit ooit van plan waren te doen mag deze partij als een gevaarlijke
laatste waarschuwing gelden.
Op bord vijf won Stefan Docx van
Frits Rietman (2234), in een wedstrijd die overduidelijk door Gillette
gesponsord werd. Thibaut was op bord twee het langste bezig tegen Benno de
Jongh (1960), maar wist een lastig eindspel mooi in winst om te zetten (daar ga
ik tenminste vanuit, want ofschoon je mij altijd wakker mag maken voor lekkere
toreneindspelletjes ga ik toch liever sadomasochistisch naar het
zieltogende gekloot van Feyenoord kijken).
Al
met al een soepele overwinning, al horen we met onze gemiddelde elo natuurlijk
ook op plek 1 te staan. De volgende ronde mogen we tegen Messemaker. Sooo
hééééé, da’s lang geleje! Juist ja, snel maar weer promoveren naar de
Meesterklasse dus.
8-2 klop te geven staat het Eerste dan eindelijk op de plek waar het hoort te
staan. De bezoekers uit Groningen traden met een wat verzwakt team aan,
waarschijnlijk door het gelijktijdig gehouden WK jeugd én vanwege het feit dat
iemand ooit besloten heeft een stad te stichten ergens op de Nederlandse
toendra, resulterend in een inhumaan lange reistijd naar de bewoonde wereld. Hoe
het ook zij, het was al snel duidelijk dat de punten in Rotterdam zouden
blijven.
We beginnen voor het gemak maar op
bord 7, waar ondergetekende aantrad tegen de jeugdige Daniel Groetzbach (2096).
Ik deed een wat zielige en mislukte
poging om in de voetsporen van een van de grootste Engelse schakers ooit te
treden. Afgezien van de eerste zet (1…a6) lukte dat bijzonder slecht, al bemachtigde
ik op een gegeven moment een klein voordeeltje, wat redelijk soepel naar winst
werd omgezet, al had de witspeler op het einde nog een aantal kansen gemist om
de boel wat te compliceren na wat zwarte onnauwkeurigheden. Zo, de twintigduizend fans die dit verslag
speciaal lezen om mijn verrichtingen te volgen kunnen stoppen met lezen, want
nu gaan we naar de rest.
Roger liet op bord drie
tegen SISSA’s sterkste speler Erik-Jan
Hummel (2283) zien dat het Chinese gevaar geen
door-de-CIA-de-wereld-ingeholpen-complot is, maar een empirisch vast te stellen
fenomeen. Voor zover ik kon beoordelen had zijn tegenstander weinig kans, wat
Roger op een mooie 3.5/4 bracht, welke nog mooier wordt als men bedenkt dat het
enige halve punt verloren werd tegen Jan Timman.
Op bord zes won Robin “ik ben zo
goed dat ik tijdens de partij in slaap kan vallen en vervolgens zelfs nog win”
Lecomte een regelmatige partij van Arjan Dijkstra (2201). Het schijnt dat God
een beloning van 500 euro uitreikt aan degene die deze arrogantie een keer
afstraft.
Op
de laatste drie borden verging het ons minder goed. Michel speelde op bord 10
remise tegen Eric Jan Walinga (1986), waar het getal tussen de haakjes niet
staat voor de geboortedatum van de desbetreffende persoon. Michel had
ongetwijfeld kunnen (moeten?) winnen, maar zoals hij zelf zei, “als je zo
prutst als ik de laatste tijd dan gaat het op een gegeven moment toch in je kop
zitten”. Ik zou zeggen amen en op naar
de prijs voor beste literaire zin 2017. De
tweede remise kwam van Valery op bord 8 tegen Ab Faber (1979). Valery stond
volgens mij veel beter, en toen de handen werden geschud was ik dan ook in de
veronderstelling dat zwart had opgegeven. Niets bleek minder waar, maar Valery
bewees eens te meer zijn stabiliteit (om even een hopeloze poging te doen om er
een positieve draai aan te geven, want volgens mij had het gewoon achter elkaar
moeten winnen).
Met
al die terroristische dreiging tegenwoordig was het voor onze Groningse
vrienden ongetwijfeld even schrikken toen ze Kambiz op bord 9 zagen aantreden
tegen Casper Rupert (ik mag dit zeggen, omdat Kambiz ook altijd hele nare
grappen over mij maakt, waar ik vervolgens vanwege de wreedheid ervan altijd
nachten van wakker lig). Volgens Kambiz zelf won zijn tegenstander verdiend.
Meer interessants heb ik ook niet te melden, behalve dan dat ik dacht zijn
tegenstander ooit gezien te hebben op TV, tijdens de enige keer dat ik Goede
Tijden Slechte Tijden heb zitten kijken (“ja ja”). Er zijn dus blijkbaar ook
geflopte acteurs die goed kunnen schaken. Weer wat geleerd.
Dan
is het nu tijd voor de prutsers die betaald krijgen maar nóg niet altijd weten
te winnen. Al deden ze dat vandaag
toevallig wel. Steven Geirnaert, altijd zwevend tussen zijn rol als mijn
favoriete Belg en natte droom van vrouwelijk schakend Europa, won op bord vier
van Hendrik de Groot (2116). Die opmerking hiervoor was uiteraard bedoel om de
aandacht af te leiden, want ik kan weinig zinnigs melden over een partij die ik
niet gevolgd heb. Grootmeesterlijk politicus (of politiserende grootmeester?)
Erik van den Doel liet op bord 1 zien wat je staat te gebeuren als je het waagt
te spotten met dieren: keiharde afstraffing. Paul ten Vergert (2221) kan erover
meepraten, al weet ik niet of hij ooit dieren mishandeld heeft. Maar voor
degenen die dit ooit van plan waren te doen mag deze partij als een gevaarlijke
laatste waarschuwing gelden.
Op bord vijf won Stefan Docx van
Frits Rietman (2234), in een wedstrijd die overduidelijk door Gillette
gesponsord werd. Thibaut was op bord twee het langste bezig tegen Benno de
Jongh (1960), maar wist een lastig eindspel mooi in winst om te zetten (daar ga
ik tenminste vanuit, want ofschoon je mij altijd wakker mag maken voor lekkere
toreneindspelletjes ga ik toch liever sadomasochistisch naar het
zieltogende gekloot van Feyenoord kijken).
Al
met al een soepele overwinning, al horen we met onze gemiddelde elo natuurlijk
ook op plek 1 te staan. De volgende ronde mogen we tegen Messemaker. Sooo
hééééé, da’s lang geleje! Juist ja, snel maar weer promoveren naar de
Meesterklasse dus.
Julian van Overdam