Hieronder las u al een kort bericht waarin de uitslag van de wesdtrijd van CE 3 tegen Krimpen 2 vermeld stond. Langs deze weg het vervolg met wat meer details.
De avond leek maar zeer traag op gang te komen, na een uur of anderhalf was er aan geen enkel bord iets te zien wat leek op een verstoring van de balans. De eerste die iets voor elkaar kreeg was John van de Laar, die met zwart aan bord acht in het middenspel een dame won tegen een stuk. Zijn tegenstander speelde nadien nog lang door, maar wij konden niets anders dan het punt alvast tellen en John bracht de buit ook vaardig thuis. Intussen had Sascha aan bord 5 met wit een stelling bereikt die in technische zin goed voor hem was, maar die vooral de kenmerken had van een echte Saschastelling. Zeker zo belangrijk dus, dit feit dat men in de eerste plaats een stelling moet zien te bereiken waarin duidelijk is welk plan te volgen. Verrassend snel verschalkte hij zijn tegenstander in een koningsaanval. Carel, die volgens mij goed stond met wit aan bord 1, liet zich in een stelling met tegengestelde rokade plots verrassen en zag zijn voordeel omgetoverd in een gevaarlijke aanvalsstelling voor zijn tegenstander. Winnen van Ben Boog en verliezen tijdens zijn partij voor CE 3: hij had moeten weten dat dat precies andersom had gemoeten!
Erik kwam aan bord 2 met zwart in een symmetrische stelling die in mijn ogen een beetje saaiig was. Zijn tegenstander Kees Vroegindeweij vond dat klaarblijkelijk ook, want die bleef maar remise aanbieden. Erik probeerde het nog lang, maar verder dan het tonen van goede intenties kwam hij niet. Laat op de avond gaf hij remise. Behalve John vd Laar was er nog een tweede invaller: Piet Verheij aan bord 3. Hij wist eigenlijk tevoren al zeker dat hij zou gaan winnen. Ik mocht het allemaal van dichtbij zien (ik zat naast hem aan bord 4) en ik moet zeggen dat hij in zijn kenmerkende energieke stijl behoorlijk tekeer ging. Na 35 zetten mocht zijn tegenstander nog trots zijn de tijdscontrole gehaald te hebben, maar dat deed hij wél met 2 pionnen minder! Piet tikte het daarna vakkundig uit.
Hans had met wit aan bord 7 de hele avond een optisch goede stelling, dat wil zeggen veel ruimte-overwicht. Ik was van mening dat dit beslist goed zou moeten gaan aflopen, maar hij trapte in een taktsche wending die de redding bleek voor zijn tegenstander. Plots stond Hans op met het bekende nederlaaggebaar: de duim naar beneden.
Viktor had intussen de hele avond zitten zwoegen in een laat middenspel met eerst een geringere stukkenactiviteit dan zijn tegenstander, wat later een eindspel werd met een pion minder, maar zeker nog met praktische remisekansen. Sascha berichtte tussentijds alsmaar dat die remisekansen zeker reëel waren, omdat zijn tegenstander af een toe niet de meest logische voortzetting koos. Uiteindelijk leidde dit tot stukwinst voor Viktor en ongetwijfeld een moeilijke (ik heb het niet in detail kunnen volgen), maar daarom niet minder smakelijke winst. Ikzelf had een tegenstander die met wit speelde voor de winst: hij was in een vroeg stadium bereid om een paard te offeren voor 3 pionnen. Niemand wist nadien hoe de stelling was in te schatten en achteraf bleek dat er lang een dynamisch evenwicht is geweest, maar ik speelde het vroege middenspel te passief (ik merk dat het een terugkerend fenomeen is en dus een structurele zwakte), waardoor de witte koning tot de vijfde rij kon penetreren om zijn oprukkende pionnen te vergezellen. Het wachten was tot hij de beslissende doodsteek zou geven (ik zal de stelling op de website laten publiceren, kijk of u de clou ziet!), maar deze doodsteek hield een manoevre in die je niet makkelijk zult vinden als je hem niet eerder hebt gezien (zéker niet in tijdnood!). Uiteindelijk moest mijn tegenstander nog oppassen dat hij zelf niet verloor (sterker: in dezelfde tijdnood verzuimde ik de onverdiende winst te pakken); het lukte hem nog net remise te behalen. Achteraf kon ik hem van harte het boek van Van Perlo (Endgame Tactics) aanbevelen, waarin het eerste hoofdstuk uitgebreid aandacht wordt besteed aan allerlei nuttige manoevres die beslissend kunnen zijn in pionneneindspelen. Wie niet in één oogopslag ziet wat de manoevre in mijn partij was waar ik op doel (zie diagram), kan ik die leerzame en vermakelijke boek eveneens aanbevelen!
Uiteindelijk 5-3 dus; 2-2 aan de hogere borden en 3-1 aan de lagere borden. Hiermee kwam mijn voospelling dat we het van de hogere borden moesten hebben niet uit. Deze voorspelling berustte op de wetenschap dat Krimpen een homogeen team heeft met relatief sterke staartborden.
Met wit scoorden we 2-2 en met zwart 3-1: geen enkele verliespartij met zwart! Enig geluk was hiervoor wel nodig, getuige de gebeurtenissen aan de borden van Viktor en ondergetekende, maar geluk komt nooit alleen: ook ditmaal ging het gepaard met wilskracht en vechtlust! Fouten maken doen we allemaal; als we zelf de eerste fout hebben gemaakt, dan moeten we alert blijven op fouten van de tegenstander. Het was alleen dit besef dat heeft geleid tot het afwenden van de nederlaag aan deze twee borden.
Pessimisten zeggen dat we deze wedstrijd net zo goed hadden kunnen verliezen. Nu hebben pessimisten over het algemeen gelijk, maar ik denk in dit geval dat we netto niet meer geluk hebben gehad dan de tegenstander. John, Piet en Sascha wonnen zonder hun tegenstander ook maar één reële kans te geven. Erik speelde een potremisepartij, al heeft hij nog wel geprobeerd er wat meer van te maken. Aan de andere 4 borden waren moeilijke stellingen met kansen voor beide spelers. Bij Hans en Carel viel het dubbeltje verkeerd en bij Filip en Viktor viel het goed. Gaat het ergens fout, dan gaat het elders wel een keer goed. Partijen redden is deels geluk, het is ook deels vermogen.
Tot slot nog een woord van hulde voor de invallers. Piet en John speelden wederom sterk en brachten de score van de invallers voor CE dit seizoen op 4 uit 4. Het zegt iets over de inmiddels enorme kracht van onze club!