Al meermalen heb ik incidenten meegemaakt bij het uitvluggeren in uiterste tijdnood. Stukken die van het bord afvallen, onreglementaire zetten met de onmogelijkheid de stelling te herstellen. Ik bewonderde de sterkte van de klokken die het niet begaven en ik vroeg me af hoe een speler met een lichamelijke handicap zoiets aankon . Tenslotte is een van de leuke dingen van het schaken dat iemand met een lichamelijke handicap volwaardig kan meedoen.
Maar wat ik heb meegemaakt in de laatste ronde van de Persoonlijke Kampioenschappen sloeg alles. In zo’n tijdnoodduel deed de witspeler in zijn haast een onreglementaire zet. Arrian Rutten, de wedstrijdleider, grijpt in en geeft de reglementair voorgeschreven sanctie: de zwartspeler krijgt twee minuten extra.
Er komt een rel. De witspeler neemt het niet, ontkent heftig dat dit in het reglement staat. In het voetbal betekent verzet tegen een scheidsrechterlijke beslissing de rode kaart, maar in onze schaakbond hebben we nooit kunnen denken, dat zo’n situatie zou kunnen ontstaan en dus staat daar geen sanctie op.
Tenslotte geeft de witspeler toe en zegt onder protest verder te spelen. De zwartspeler is door dit geheel zo van zijn stuk gebracht dat hij niet meer in staat is een zet te doen en verliest door tijdsoverschrijding. Hij had zonder enig probleem zijn toren kunnen geven voor twee pionnen, waarna wit alleen een paard had overgehouden. De witspeler reageert min of meer hysterisch vrolijk op zijn winstpunt.
Iemand, gelukkig niet uit onze vereniging, schreef als reactie op mijn voorstel, dat hij zulke tijdnoodduels niet graag zou missen. Ja, er zijn nu eenmaal mensen die van rellen houden. Smaken verschillen.
Jaap Staal.